26

Op onze oude basisschool zaten twee jongens met een gezicht vol sproeten, ronde blauwe ogen en krullen als springveren. Ze heetten Johnny en Tommy en het was een identieke tweeling, de enige op school. Ze zagen er zo schattig uit dat ze in een reclamespotje voor cornflakes hadden kunnen schitteren of het meest engelachtige paar misdienaars ter wereld hadden kunnen zijn.

Maar schijn was in dit geval meer dan bedrog; schijn was een gluiperige, zwetsende verkoper die je je geld afnam en hem midden in de nacht smeerde naar het volgende stadje voordat je wakker werd en je realiseerde dat je beetgenomen was.

Want Tommy en Johnny met hun engelengezicht waren enorme deugnieten.

Tommy – of Johnny – leunde eens met een schaar in zijn hand voorover over zijn bureautje en knipte de lange, glanzende vlecht van het meisje dat voor hem zat af. Johnny – of Tommy – smokkelde een kousenbandslang onder zijn trui de school binnen en gooide hem in de lerarenkamer, waarna hij de deur dichtdeed en met al zijn tienjarige kracht dichthield. Ze hadden lakens aan elkaar geknoopt om mee langs hun huis te abseilen (één gebroken been – Johnny); ze kochten buurmeisjes om om hun geslachtsdelen te mogen zien (twee keer succes; twee apoplectische vaders); en ze stalen de megafoon van een strandwacht, beslopen er nietsvermoedende volwassenen mee en riepen dan: ‘Brand!’ (één bijna-hartaanval – de oude mevrouw Mullens). Ze werden constant naar het kantoor van het schoolhoofd gesleept, waarna hun gekwelde moeder op kwam draven, met een baby op haar heup en een peuter met een loopneus achter zich aan, met verontschuldigingen rondsmeet en één of beide tweelingen naar huis sleepte.

Maar niemand wist ooit of het juiste kind bestraft werd. Want Tommy en Johnny wisselden ook graag van identiteit.

‘Tommy!’ riep onze leraar nadat hij in de kantine het alfabet had geboerd.

De jongen – wie het ook was – schreeuwde dan steevast: ‘Ik was het niet! Ik ben Johnny!’

‘Niet waar,’ piepte een verontwaardigd stemmetje dan, ‘ík ben Johnny!’

Hoe zou het zijn om zo in de huid van een ander te kruipen, vroeg ik me een keer af toen de giechelende jongetjes van jas ruilden voordat ze naar huis gingen. Hoe zou het zijn om je eigen identiteit af te schudden en die van iemand anders aan te passen? Zou het net zo zijn als je proberen in een maillot te wringen die drie maten te klein was, of zou het heerlijk bevrijdend voelen?

In wie zou ik willen veranderen als ik zelf mocht kiezen, vroeg ik me af terwijl ik mijn rugzak vulde met wiskundeboeken met een hogere moeilijkheidsgraad en speciale leesopdrachten terwijl Alex in de gang langsfladderde met een kudde meisjes achter haar aan als een stel hofdames.

Zou ik de president willen zijn? Een prinses? Een superheld die kon vliegen en door muren heen kon kijken?

Als alles mogelijk was, wie zou ik dan willen zijn?

Wie was ik?

Ik staarde naar de documenten die ik krampachtig in mijn handen hield terwijl de woorden die erop stonden eindelijk stopten met tollen en draaien en langzaam tot stilstand kwamen op het papier. Mijn hele leven was verkeerd. Ik had nooit de halve finale van het National Merit-programma moeten halen of op het lijstje van de decaan moeten staan of een beurs moeten winnen voor de universiteit. Álex had dat moeten doen.

Alles wat ik over mezelf dacht te weten was op zijn kop gezet. Mijn hele identiteit klopte niet, totaal niet. Ik was helemaal niet de slimme zus. Nooit geweest ook.

Alex had ongewoon vroege jeugdherinneringen.

Dat hadden de meeste genieën, had ik tijdens een psychologieles op de universiteit geleerd.

Ik ging langzaam met een hand over mijn gezicht. Hoeveel aanwijzingen had ik nog meer genegeerd omdat ze niet voegden met wat ik dacht te weten?

De zin van Wheel of Fortune. Die had ze opgelost toen er nog nauwelijks letters stonden. Ik had er een grapje over gemaakt, waarna ik voor Alex langs de taxatie van het huis van mijn moeder aanpakte om te ontcijferen.

Mam had de verkeerde zus om hulp gevraagd. Álex was de slimste. Ik kon het amper beseffen. Hoe had zo’n onthutsende waarheid zo lang verborgen kunnen blijven? Hoe kon het dat ik me ineens als een vreemde in mijn eigen vel voelde?

Mijn hand ging weer omhoog om mijn voorhoofd te masseren en ik kreeg mijn horloge in het vizier. Het bracht me met een schok terug in het heden. Ik moest gaan. Ik moest onmiddellijk terug naar het ziekenhuis, voordat Alex wakker werd. Ik liet de IQ-testen op de grond vallen en haastte me de trap af.

Ik liet de zolder als een compleet zootje achter, met overal papier en halflege dozen die op hun kant lagen en de Mystic 8 Ball daar middenin. Het was niets voor mij om het zo achter te laten, maar aan de andere kant wist ik niet meer zo zeker wie mij was.

Een paar uur later deed Alex langzaam haar ogen open.

‘Hé,’ fluisterde ik en ik klopte haar zachtjes op de schouder, waarbij ik de slangen die in en uit haar lichaam kronkelden angstvallig vermeed. Ze lag op de intensive care, die verstoken was van kleur. Alles was spierwit: de muren, de glanzende tegelvloeren, de schoenen van de verpleegkundigen met hun rubberen zolen. Niemand praatte harder dan fluisteren om de patiënten niet te storen, die in privékamers lagen met futuristisch uitziende machines om hen heen. De machines deden hun werk efficiënt, druppelden vloeistoffen in Alex’ aderen, lieten dansende ECG-lijntjes zien en hielden met een metronomisch gepiep haar vitale functies bij. Alex’ kamer rook naar bleekwater en azijn en nog iets, iets mufs en onbekends, en onaangenaams.

Alex keek me aan alsof ze me niet herkende. Ik deed mijn best om niet op dezelfde manier naar haar te kijken.

‘Je bent in Georgetown Hospital,’ fluisterde ik. ‘De operatie is geweldig goed gegaan. De tumor was niet kwaadaardig, Alex. Hij was niet kwaadaardig.’

Alex knikte licht. Haar ooit zo fijne gezicht was opgezet en haar hoofd was omzwachteld met een enorm wit verband. Ik wist dat daaronder een glanzende, kale schedel zat met een akelig uitziende jaap waar haar haarlijn had gezeten. Er ging ook een slang Alex’ neus in en er verdwenen er nog een paar onder de lakens.

‘Lieverd?’ Mam kwam naast me staan en pakte Alex’ hand. ‘We zijn bij je. Ga maar weer lekker slapen als je dat wilt.’

‘Wij houden de wacht,’ beloofde papa terwijl hij Alex’ andere hand vastpakte. Ik voelde tranen opkomen toen ik mijn ouders zo over Alex zag waken. Ondanks hun bifocale glazen, artritis en cholesterolmedicijnen zouden ze haar beschermen met een felheid waar alles of iedereen die haar iets zou willen aandoen bang voor zou zijn.

Ik liep de kamer uit, de hal in, waar Bradley wachtte.

Ongelooflijk dat het minder dan een week geleden was dat ik gespannen uit had gezien naar mijn afspraakje met hem. Alles was veranderd. Het leek wel alsof we nu in een heel andere wereld woonden. Ik voelde me niet meer op mijn gemak bij hem. Ik wist dat hij niet dacht aan hoe ik moest snikken op het dak toen hij me, zo vriendelijk mogelijk, probeerde te vertellen dat hij niet meer verliefd op me was.

Bradley dacht nu aan niets anders dan Alex.

‘Ze is wakker,’ zei ik. Ik keek toe hoe de opluchting Bradleys ogen in stroomde en de frons in zijn voorhoofd gladstreek. ‘Ik denk dat ze weer gaat slapen, maar de verpleegkundigen maken haar elk uur wakker om te controleren of ze goed herstelt.

‘Godzijdank,’ zei Bradley. ‘Heeft ze geen pijn?’

‘Nee,’ zei ik. ‘En ze krijgt een morfine-infuus, dus als ze wel pijn krijgt, kan ze daar zelf wat aan doen. De verpleegkundige zei dat je over een paar uur naar haar toe mag. Nu mag alleen familie bij haar, maar als ze stabiel is mag jij ook naar binnen. Ze wil je vast zien.’

Bradley knikte. ‘Dank je.’ Hij speurde even mijn ogen af. ‘Gaat het?’

‘Ik red me wel,’ zei ik. ‘Alex is nu het belangrijkste.’

Bradley haalde diep adem en blies het met een zacht pufje weer uit. Ik wist dat zijn vraag beladen was en ik had hem het antwoord gegeven dat hij wilde. We gingen nu niet over ons – of eigenlijk het gebrek aan ons – praten. Dat gesprek kon wachten.

‘Als ze toch slaapt kan ik wel een kop koffie gaan halen,’ zei hij. ‘Wil jij ook?’

‘Nee, dank je,’ zei ik.

Hij glimlachte naar me en liep richting de lift.

‘Bradley?’

Hij draaide zich om met zijn vinger op het liftknopje en trok vragend zijn wenkbrauwen op. Hoe moest ik dit zeggen? ‘Ik denk dat het herstel wel eens zwaarder kan zijn dan Alex verwacht. Ik wil gewoon dat ze… voorbereid is.’

‘Ze is sterk,’ zei Bradley.

‘Fysiek, bedoel ik,’ zei ik. ‘De steroïden hebben bijwerkingen.’

‘We slaan ons er wel doorheen,’ zei Bradley eenvoudigweg. ‘Wat het ook is.’

Hij hield van haar, realiseerde ik me. Zo simpel was het. Hij had het net zo goed kunnen schreeuwen zodat de woorden in de lange gang tegen de muren weergalmden. Hij hield van haar en wilde bij haar zijn. Hij legde hier en nu een gelofte af om haar bij te staan in ziekte en gezondheid, goede en slechte tijden. En even trokken mijn pijn en verwarring weg en voelde ik niets dan pure blijheid. Bradley zou voor Alex zorgen. Het zou hem niets kunnen schelen of ze een perfect stel waren, of iedereen een stapje achteruit deed om ze te bekijken.

Want Bradley had altijd schoonheid in het onverwachte gezien.

Ik verliet die avond rond zeven uur het ziekenhuis en reed naar het huis van mijn ouders. Tegen die tijd was Alex bij bewustzijn en reageerde ze op vragen. Pap en mam wilden blijven, maar we hadden ze er met z’n allen van weten te overtuigen dat het beter was als ze wat gingen eten en lekker gingen slapen voordat ze morgen terugkwamen. Ik denk dat ze zich er alleen maar toe lieten overhalen omdat Bradley de hele nacht bij Alex zou blijven. Hij weigerde van haar zij te wijken.

Toen ik wegging, stond zijn stoel dicht bij haar bed en zat hij voorovergebogen zachtjes tegen haar te praten ook al waren haar ogen gesloten en leek ze in slaap. Ik trok de deur zachtjes achter me dicht en ging de auto halen voor mijn ouders. Ik zou eten afhalen bij Antonio’s en een fles Merlot opentrekken, besloot ik. Mijn ouders zouden vroeg naar bed gaan, omdat ze van de spanning van de dag en de wijn slaperig zouden worden. Ze moesten rusten.

Dan zou ik op de gammele trap naar de zolder klimmen – mijn verleden in – om door dozen vol oude rapporten, schooldocumenten en examens te spitten die mam nooit had weggegooid. Om mijn levensverhaal en dat van Alex te reconstrueren.

Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim
titlepage.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_000.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_001.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_002.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_003.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_004.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_005.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_006.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_007.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_008.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_009.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_010.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_011.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_012.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_013.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_014.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_015.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_016.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_017.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_018.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_019.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_020.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_021.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_022.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_023.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_024.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_025.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_026.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_027.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_028.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_029.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_030.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_031.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_032.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_033.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_034.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_035.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_036.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_037.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_038.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_039.xhtml
Was mijn zus maar niet zo mooi en ik wat minder slim_split_040.xhtml